Literaire kritieken

Vanaf het voorjaar van 2017 positioneert DW B zich nog steviger middenin het literaire debat. We blijven inzetten op gedegen teksten waarin critici de tijd nemen en de ruimte krijgen om zich op geheel eigen wijze te verhouden tot belangrijke literaire werken. Er is maar één verschil met het verleden: we drukken de kritieken niet meer af op papier maar plaatsen ze direct online op www.dwb.be. Zo zingt DW B ook digitaal mee in het polyfone koor dat de literaire kritiek is - met haar eigen, voldragen stem.

 

Voor de literaire kritieken die voor 2017 in de DW zijn verschenen kunt u terecht op de archiefwebsite.

Volg daarvoor deze link: dwbarchief.be

 

 


 

 

Een gestrekte middelvinger richting gevoeligheidslezers. Impulsieve misogynie in 'Messentrekkers' van Karel De Sadeleer

Auteur: Anne van den Dool - april 2021

Karel De SadeleerMessentrekkers. het balanseer, Gent, 2020

Download deze tekst in pdf hier.

 

 

De sensitivity reader is in opkomst. Het Nederlandse taalgebied maakte kennis met de term na de rel rondom de keuze van uitgeverij Meulenhoff voor Marieke Lucas Rijneveld als vertaler van het gedicht The Hill We Climb, waarmee junior poet laureate Amanda Gorman furore maakte tijdens de inauguratie van de Amerikaanse president Joe Biden. Een gedicht recht uit het hart geschreven – het hart van een zwarte vrouw, welteverstaan, en dus rees de kritiek dat de witte Rijneveld ongeschikt zou zijn voor de vertaalklus. Dat de International Booker Prize-winnaar geen enkele vertaalervaring had en in een eerder interview zelfs had aangegeven nauwelijks Engels te spreken, maakte de zaak er niet beter op. In het Nederlands taalgebied zijn genoeg getalenteerde zwarte vertalers te vinden die weliswaar niet dezelfde bekendheid genieten, maar die de klus een stuk beter zouden kunnen klaren, was het veelgehoorde argument tegen de keuze voor Rijneveld. Opnieuw kregen zij niet de kans om op de voorgrond te treden.
           Aanvankelijk verschool Meulenhoff zich nog achter het argument dat Rijneveld als non-binair persoon begreep hoe het is om een minderheid te zijn, daarmee suggererend dat dit genoeg zou zijn om de geschiedenis van Afro-Amerikanen in één klap te begrijpen. Ook de goedkeuring die het team van Gorman aan de keuze voor Rijneveld had gegeven, moest die keuze rechtvaardigen. Verder zag de uitgeverij grote overeenkomsten tussen de stijl van Rijneveld en Gorman, beiden jonge en getalenteerde dichters met oog voor sterke metaforiek. Tot slot zou er een team van sensitivity readers in het leven worden geroepen, die erover zouden waken dat de vertaling van Rijneveld geen gevoelige snaar raakte, met name waar het de zwarte thematiek van The Hill We Climb betrof. De Amerikaanse agent die de licentierechten van het werk van Gorman in handen heeft, bleek zelfs contractueel te hebben laten vastleggen dat minimaal drie van zulke lezers zich met de vertaling mochten bemoeien – ongeacht de achtergrond van de maker van die vertaling.

Gevoeligheidslezer in opkomst
Het mocht niet baten: Rijneveld legde al enkele uren na de storm van kritiek haar functie als Gormans vertaler neer. Maar de sensitivity reader bleef. In Amerika en het Verenigd Koninkrijk waren de term en de bijbehorende functie al een aantal jaar rond. Als proeflezers zetten zij hun voelsprieten op de gevoeligste stand om zo onjuistheden, vooroordelen en clichés uit teksten te filteren. Met name bij teksten over gemarginaliseerde groepen worden steeds vaker zulke gevoeligheidslezers ingeschakeld, om ervoor te zorgen dat onwenselijke beeldvorming uit de tekst wordt gebannen. Denk bijvoorbeeld aan onprettige stereotypen over vrouwen, ouderen, homoseksuelen, mensen met handicaps, en, in het geval van de Verenigde Staten, Native Americans.
           Het is een methode van uitgeverijen om te voorkomen dat ze na publicatie van het boek door het slijk worden gehaald wegens wanstaltige karikaturen die we tegenwoordig liever ontkend dan bevestigd willen zien. Zo’n publiekelijke geseling via sociale media kan een persoon of organisatie tenslotte de kop kosten. In feite zou je je kunnen afvragen of het feit dat zulke sensitivity readers van buitenaf een uitgeefproces moeten worden ingevlogen niet betekent dat het op de redacties aan diversiteit ontbreekt, en dat zij de teksten zelf niet op de aanwezigheid van zulke clichématigheden kunnen beoordelen.
           Voor veel van de hierboven genoemde minderheidsgroepen gaat die vlieger, voor zover ik dat kan beoordelen, inderdaad op. Op alle redacties waar ik ooit mijn hoofd om de hoek heb mogen steken, heb ik bijvoorbeeld nog nooit iemand van kleur mogen zien. Ook op de aanwezigheid van zichtbare handicaps heb ik tot op heden nog niemand kunnen betrappen.
           Maar één minderheid zouden die uitgeverijen te oordelen aan hun samenstelling uitstekend moeten kunnen representeren: de vrouw. De redacties die ik vanbinnen heb gezien, worden tenslotte hoofdzakelijk door vrouwen bestierd. En toch lees ik boek na boek waarin de vrouw er ronduit bekaaid vanaf komt. In een eerdere recensie voor dit platform verbaasde ik me al over het seksisme dat ik met grote regelmaat in bejubelde literatuur aantref: van de immer populaire veelschrijver Hermans Brusselmans tot de in Italië gesitueerde boeken van Ilja Leonard Pfeijffer – vrouwen worden stelselmatig gereduceerd tot de genitale delen van hun lichaam.
Die seksistische blik blijkt niet voorgehouden aan de oudere mannelijke schrijver met een compleet oeuvre op zijn naam: ook de dertigjarige Hans Depelchin liet in zijn onlangs verschenen debuut Weekdier zien er wat van te kunnen. In zijn mozaïekroman over dolende jongelingen in de grote stad op zoek naar een doel in hun bestaan is voor misogynie volop ruimte, al dan niet gecombineerd met clichés over de zwarte mens. Zo banjert in deze roman Dikke Kelly rond, de voluptueuze serveerster van het volkscafé waar de personages zich regelmatig verzamelen om haar te objectificeren en belachelijk te maken. Ook de beschreven seks in de roman is stelselmatig een spel van onderdrukking van de vrouw door de man. De stilistische hoogstandjes die in de roman te vinden zijn doen aan die perverse inhoud niets af.

Vrouwelijk schoon
Nu kan met de verschijning van Messentrekkers van de eveneens Vlaamse Karel De Sadeleer een nieuwe roman aan dit illustere rijtje worden toegevoegd. Dit debuut verhaalt over een welsprekende ik-figuur genaamd Ali Haniyeh, die, zittend op een Gents terras, vriend en vijand voorbij ziet trekken. De roman opent met Mahmoed Abbas die voorbijrijdt op een paarse damesfiets, in de echte wereld de president van de Palestijnse Autoriteit, die jarenlang zijn eigen regeringstermijn stug bleef verlengen en ook nu, na verstrijking van die termijn, nog steeds nukkig op zijn troon blijft zitten.
           Dat Abbas voorbijfietst op een bijzonder gekleurd vehikel in Gent is een absurd feit waaraan we volgens De Sadeleer weinig aandacht lijken te hoeven besteden. Eerder vormt het de aanleiding voor de ik-figuur om met anderen en zichzelf in gesprek te gaan over verschillen tussen landen en culturen, met name over die tussen Israël en Palestina, maar ook over die tussen België, Wenen en Berlijn, drie van de plaatsen waar de protagonist enige tijd verbleef.
           De aandacht voor zulke diepgravende zaken wordt echter continu afgeleid door het vrouwelijk schoon dat aan zijn geestesoog voorbijtrekt. Messentrekkers mag met alle dialogen en overpeinzingen over alle landsgrenzen die Ali is overgestoken in de thematiek een boek lijken over multiculturaliteit, wie het boek leest met de recente opkomst van de sensitivity reader in het achterhoofd, kan niet anders dan zich verbazen over de degradatie van de vrouw als personage tot niets meer dan een ‘spleetje’, zoals hun geslacht stelselmatig wordt genoemd. Flubberige spleetjes, strakke spleetjes, natte spleetjes, kurkdroge spleetjes, ze passeren allemaal de revue in Messentrekkers, zoals ook mannelijke personages die wél hun verhaal mogen doen aan de bierdrinkende protagonist op het terras voorbijtrekken.
           Natuurlijk, zo nu en dan krijgen we ook het een en ander mee over de gecompliceerde relatie tussen Israël en Palestina en de gecompliceerde rol die de leider van laatstgenoemd land daarin speelt. Littekens in gezichten van de passerende personages verraden een strijd. Maar wanneer de ik-figuur ondanks zijn half Zwitserse, half Palestijnse bloed grif toegeeft zelf ook niet goed te weten hoe de relatie tussen de twee landen precies in elkaar zit en nog nooit een voet op Palestijnse grond te hebben gezet, mag dat worden gelezen als een indicatie van de omvang van de bocht waarmee om dit politieke debacle wordt heen gemanoeuvreerd.
           Eerder mogen we lezen over de ins en outs van het vrouwelijk geslacht en het verlangen van de protagonist die spleetjes te betreden. Wanneer hij een Spaans meisje oppikt tijdens zijn baan als taxichauffeur, mijmert hij dat ze eruitziet alsof ze ‘een lekker geurend spleetje had, ingevet met olijfolie en gekruid met zoete pepertjes die in de bronzen wildernis van de Costa Blanca groeien’. In gedachten fantaseert hij ‘dat in het fluisteren van haar spleet de slapende dood was te horen, stil en luid tegelijk, van lieverlede toornig en troostend’.

Hak op de tak
Het is een representatieve passage in een roman die vol staat met dergelijke gedetailleerde beschrijvingen van vagina’s, zonder enige aandacht voor het karakter of zelfs ook maar een ander deel van het lichaam van de bezitster. Zeker in het licht van de gevoeligheidslezers die ook in het Nederlands taalgebied steeds meer de kop opsteken, kun je je afvragen hoe erg dat is: is het niet juist de taak van de literatuur om te prikken en te schuren? Mogen zulke reductieve beelden geen plaats meer krijgen in fictie, zelfs niet als ze overduidelijk uit de mond komen van een seksistische figuur zonder enige rem op zijn gedachten? Moet de graad van onderscheid tussen auteur en personage niet scherp in de gaten worden gehouden?
           Het is de impulsiviteit van de ik-persoon die in de roman ook wordt gethematiseerd: het is de reden dat die in zijn verhalen zo van de hak op de tak springt, dat hij zulke krankzinnige metaforen en vergelijkingen verzint, dat hij geen enkele studie heeft afgemaakt en blijkbaar ook dat hij geen enkele vrouw kan zien als een schepsel met een hoofd en een hart, in plaats van alleen een gat om zijn erectie in te wurmen. Die bijzondere metaforiek was voor NRC alvast een reden om de roman met vier ballen te belonen: volgens recensent Sebastiaan Kort is Messentrekkers een ‘zeer opmerkelijk debuut’, dat te roemen valt om de ‘wonderlijkste beeldspraak’ en het ‘verkwikkende risico’ dat De Sadeleer in zijn schrijven durft te nemen. Het meest is Kort te spreken over het gemak waarmee de schrijver hetzelfde woord in één adem verschillende betekenissen geeft – zie bijvoorbeeld de zin over ‘een kamertje in een stad waar een bed klaar staat, opgemaakt als een meisje dat op haar eerste afspraakje al op de billenkar wil’. Opgemaakt slaat hier zowel op een strakgetrokken laken als op een met make-up bewerkt gezicht.
           We vinden in Messentrekkers meer voorbeelden van zulke overspringende taal. Wat bijvoorbeeld te denken van een potje serum dat in een enkele alinea wordt verbonden aan zowel een toiletpot als ‘een potje neuken’? Het is inderdaad wonderschoon gevonden, en wat Kort betreft een goede reden om de misogynie die zonder twijfel van de pagina’s spat terzijde te schuiven. ‘Gutmenschen, stilistische muggenzifters en mensen die de idealen van de CPNB een warm hart toedragen’ moeten maar iets anders gaan lezen, vindt hij.
           Inderdaad: het zou mooi zijn als de literatuur voor iedereen iets te bieden heeft. Wellicht kunnen we Messentrekkers in die zin lezen als een gestrekte middelvinger richting de sensitivity reader die wellicht in ons allemaal sluimert, en die vandaag de dag meer dan ooit de kans krijgt met gefronste wenkbrauwen en geheven vinger de ogen over de pagina’s te laten gaan. En toch: hoe fijn zou het zijn als met die parade aan spleetjes een dieper gedachtegoed werd blootgelegd, waardoor al die vrouwonvriendelijkheid enigszins gerechtvaardigd is. Het antwoord had misschien kunnen liggen in de ‘cocktail van autobiografie, familiegeschiedenis, politieke beschouwing en nomadenverhaal’ die De Sadeleers debuut in de ogen van Kort is: een meer uitgebalanceerde mix had Messentrekkers goed gedaan.

 

 

BIBLIOGRAFIE

Karel De Sadeleer, Messentrekkers. het balanseer, Gent, 2020.